Internationale medewerkers verzuimen gemiddeld minder dan hun Nederlandse collega’s. Dit komt hoofdzakelijk doordat zij vaker in een fase van hun leven verkeren waarin werken een directe economische noodzaak is, wat de drempel om zich ziek te melden aanzienlijk verhoogt. In dit artikel worden de meest gestelde vragen over verzuim onder internationale medewerkers beantwoord, van de onderliggende oorzaken tot de risico’s en wat gemeenten met deze kennis kunnen doen.
Wat zeggen de verzuimcijfers over internationale medewerkers?
Internationale medewerkers laten in de praktijk structureel lagere verzuimcijfers zien dan het gemiddelde van de Nederlandse beroepsbevolking. Het landelijk gemiddelde ziekteverzuim ligt al jaren rond de vijf procent, terwijl het verzuim onder buitenlandse werknemers in veel sectoren aanzienlijk lager uitvalt. Dit patroon is zichtbaar in sectoren als logistiek, productie, agri en de voedingsindustrie, waar internationale medewerkers een groot deel van het personeelsbestand vormen.
Belangrijk is dat deze cijfers niet betekenen dat internationale medewerkers gezonder zijn. Ze weerspiegelen vooral een combinatie van gedragsmatige, sociale en economische factoren die de bereidheid om thuis te blijven bij ziekte beïnvloeden. Voor beleidsmakers en gemeenten is het essentieel om dit onderscheid te maken: laag verzuim is niet per definitie een teken van goed welzijn.
Welke factoren verklaren het lagere verzuim?
Het lagere verzuim onder internationale medewerkers wordt verklaard door een samenspel van economische druk, sociale context en selectie-effecten. De belangrijkste factor is financiële noodzaak: veel internationale medewerkers sturen geld naar familie in het thuisland, waardoor inkomensverlies bij ziekte directe gevolgen heeft voor mensen die van hen afhankelijk zijn.
Economische en sociale druk
Internationale medewerkers bevinden zich vaak in een positie waarin zij zich geen ziekteverzuim kunnen veroorloven. Naast de financiële druk speelt ook sociale controle een rol: binnen gemeenschappen van internationale medewerkers bestaat soms een sterke norm om door te werken, ook bij klachten. Bovendien zijn velen afhankelijk van hun werkgever voor huisvesting, wat de drempel om zich ziek te melden verder verhoogt.
Het healthy migrant effect
Een ander verklarend mechanisme is het zogenoemde healthy migrant effect. Mensen die besluiten te emigreren voor werk zijn doorgaans jonger, vitaler en gemotiveerder dan de gemiddelde bevolking in hun land van herkomst. Deze selectie zorgt ervoor dat de groep die op de Nederlandse arbeidsmarkt terechtkomt gemiddeld gezonder is bij aanvang, wat bijdraagt aan een lager ziekteverzuim in de beginfase van hun verblijf.
Hoe verschilt verzuimgedrag tussen groepen internationale medewerkers?
Verzuimgedrag verschilt aanzienlijk tussen groepen internationale medewerkers, afhankelijk van herkomstland, verblijfsduur, sector en woonsituatie. Er is geen homogene groep: een Poolse medewerker die al vijf jaar in Nederland woont, gedraagt zich anders dan iemand die net is aangekomen vanuit Bulgarije of Indonesië.
Medewerkers die langer in Nederland verblijven, vertonen doorgaans een verzuimpatroon dat meer richting het Nederlandse gemiddelde beweegt. Zij zijn beter geïntegreerd, kennen hun rechten en voelen minder druk om door te werken bij ziekte. Nieuwkomers daarentegen melden zich minder snel ziek, mede door onbekendheid met het Nederlandse zorgsysteem en angst voor gevolgen voor hun arbeidscontract of huisvesting.
Ook de sector speelt een rol. In fysiek zware functies zoals de vleesverwerkende industrie of de glastuinbouw neemt het verzuim na verloop van tijd juist toe door slijtage en werkgerelateerde klachten. Dit maakt het des te belangrijker om verzuimdata niet als statisch gegeven te beschouwen, maar als een dynamisch signaal dat in de tijd gevolgd moet worden.
Wat zijn de risico’s van structureel laag verzuim?
Structureel laag verzuim onder internationale medewerkers is geen onverdeeld positief signaal. Het kan wijzen op onderrapportage van klachten, wat op termijn leidt tot grotere gezondheidsschade, hogere uitval en hogere maatschappelijke kosten. Wanneer medewerkers doorwerken met klachten die ze niet melden, vergroot dit het risico op ernstigere aandoeningen en langdurig verzuim later.
Een tweede risico is dat werkgevers en beleidsmakers een vertekend beeld krijgen van de arbeidsomstandigheden. Laag verzuim wordt soms ten onrechte geïnterpreteerd als bewijs dat alles goed gaat, terwijl het feitelijk een symptoom kan zijn van een ongelijke machtspositie. Medewerkers die afhankelijk zijn van hun werkgever voor zowel werk als woning, hebben een beperkte vrijheid om klachten te uiten.
Voor gemeenten is dit relevant omdat gezondheidsschade door onderverzuim uiteindelijk neerslaat in de publieke gezondheidszorg, de sociale zekerheid en de lokale samenleving. Preventief beleid is daarmee niet alleen een morele keuze, maar ook een economisch verstandige investering.
Wat kunnen gemeenten doen met deze inzichten?
Gemeenten kunnen de kennis over verzuimgedrag van internationale medewerkers inzetten om gerichter beleid te ontwikkelen op het snijvlak van arbeidsmarkt, huisvesting en volksgezondheid. De eerste stap is het erkennen dat laag verzuim geen garantie is voor goed welzijn en dat aanvullende monitoring nodig is.
Concrete beleidsacties die gemeenten kunnen overwegen:
- Toegankelijke gezondheidszorg organiseren voor internationale medewerkers, inclusief meertalige informatie over rechten en zorgmogelijkheden
- Huisvesting en werk ontkoppelen waar mogelijk, zodat medewerkers minder afhankelijk zijn van werkgevers en vrijer zijn om klachten te melden
- Verzuimdata uitvragen bij werkgevers en uitzendbureaus die internationale medewerkers inzetten, uitgesplitst naar verblijfsduur en sector
- Samenwerken met kennispartners die praktijkervaring hebben met de begeleiding van internationale medewerkers op de arbeidsmarkt
- Preventieve programma’s opzetten gericht op fysieke belasting, mentale gezondheid en werkgerelateerde risico’s in zware sectoren
People21 werkt als uitzendbureau dagelijks met internationale medewerkers in uiteenlopende sectoren en beschikt over praktijkkennis over verzuimpatronen, huisvestingsvraagstukken en arbeidsmarktdynamiek. Gemeenten die hun beleid willen onderbouwen met inzichten uit de praktijk, kunnen deze samenwerking gebruiken als aanvulling op bestaande beleidsanalyses.
Uiteindelijk geldt: wie de verzuimcijfers van internationale medewerkers begrijpt, begrijpt ook meer over de structurele kwetsbaarheden op de lokale arbeidsmarkt. Dat inzicht is de basis voor beleid dat zowel economisch effectief als sociaal rechtvaardig is.